Wat is Boeddhisme?

Inleiding

Een korte inleiding in het boeddhisme zal altijd onvolledig zijn en de plank misslaan omdat het boeddhisme net zo divers en kleurrijk is als de mens zelf. Feitelijk zijn er net zo veel boeddhistische stromingen als er mensen zijn. Het ‘boeddhisme’ is ook een typisch westerse term; ten tijde van de historische Boeddha, en in Azië nu nog steeds, kent men het begrip ‘boeddhisme’ helemaal niet. Daar praat men over de Dharma oftewel de leer van de Boeddha.

Indeling Boeddhistische stromingen

 

 

Siddharta Gautama

Het historische verhaal van de Boeddha begint bij de jonge prins Siddharta Gautama die zo’n 2.500 jaar geleden in Noord India leefde. Volgens de overlevering werd bij zijn geboorte voorspeld dat hij óf een groot wereldlijk óf een groot spiritueel leider zou worden. Zijn vader wilde het eerste en omringde hem met alle aangename dingen die hem op het wereldse zouden moeten richten. Echter, op een aantal tochten buiten het paleis zag prins Siddhartha eerst een zieke, vervolgens een bejaarde en tenslotte een dode. Zaken die tot dan moedwillig ver van hem gehouden werden. Diep geraakt door deze confrontaties ontwaakte in hem de vraag naar de oorzaken van het lijden en of deze oorzaken op te heffen zijn.

Na verloop van tijd besloot prins Siddhartha het paleis te verlaten ten einde zich volledig in de beantwoording van deze vraag te kunnen verdiepen. Eerst volgde hij enige jaren een pad van meditatie en contemplatie en werd meester hierin, maar het uiteindelijke antwoord op zijn vragen vond hij niet. Daarop volgde hij enige jaren een pad van de strengste ascese, maar dit bracht hem evenmin bij het antwoord op zijn vragen. Na verloop van tijd gaf hij ook dit op en in een soort wanhoop of hij ooit de antwoorden op zijn kernvragen zou vinden, maakte hij een zetel van gras onder een boom die hem beschutting gaf aan de oever van een riviertje op een plek waar nu Bhod Gaya ligt. Hij nam zich voor daar het antwoord te vinden of te sterven. Door deze volkomen overgave, bereikte hij op een nacht

- eerst inzicht in al zijn vorige levens,

- vervolgens inzicht in de samenhangen in de werkelijkheid en

- tenslotte inzicht in de vraag hoe lijden opgeheven kan worden.

Hij werd hiermee de (historische) Boeddha, "de Ontwaakte" (ook wel: de ‘Verlichte’).

 

Boeddhisme in het kort

Zelfonderzoek

Volgens de overlevering was de Boeddha er ten diepste van overtuigd dat de inzichten die hem ten deel vielen niet verkondigd of uitgelegd kunnen worden maar door ieder mens opnieuw ervaren moeten worden. In eerste instantie wilde hij zijn inzichten dan ook niet verkondigen. Hij liet zich er echter van overtuigen dat sommige mensen ‘slechts weinig stof op de ogen hebben’ en dat zijn inzichten hen zou kunnen aansporen zelf de kwestie van het lijden en de oorzaak en opheffing daarvan te onderzoeken.

Boeddhisme betekent dus in eerste instantie zelfonderzoek. In de vraag naar de oorsprong en opheffing van het lijden waarschuwt de Boeddha ons niets aan te nemen van anderen. Niet van geschriften of openbaringen, niet van leraren, niet van de traditie en ook niet van hem. ... Zoals een bekend boeddhistisch gezegde het formuleert, ‘als je de Boeddha tegenkomt, dood hem dan’. Hij spoort ons dus aan onze blik naar binnen te keren en alles wat hij verkondigt zelf te onderzoeken.

 


De vier dharma zegels

In het hertenpark van Sarnath, iets noordelijk van het huidige Varanassi, gaf de Boeddha zijn eerste toespraak en vanaf dat moment verspreidde zijn leer zich naar alle uithoeken van Azië om tenslotte in de 20e eeuw ook in het Westen te arriveren. In al die verschillende culturen heeft het boeddhisme zich aangepast naar de lokale omstandigheden en gebruiken en mede daarom zijn er zo ongelooflijk veel stromingen. Ondanks al die accentverschillen in vorm, onderricht, praktijk en rituelen worden er vier karakteristieke kenmerken onderscheiden die in elke stroming aanwezig zijn en bepalen of iets wel of niet boeddhistisch van aard is.

 

Het eerste kenmerk is het inzicht dat alles vergankelijk is en niets blijft. En dat heeft te maken met het tweede kenmerkende inzicht, dat de dingen geen zelfstandige aard hebben. Alles is met elkaar verbonden en werkt op elkaar in en is in continue staat van verandering en wording. Omdat we dit niet altijd zo ervaren kennen we de dingen een eigen bestaan toe en op basis daarvan ontwikkelen we een voorkeur voor het een en afkeer van het ander. En daardoor ontstaat er frictie in ons leven, de dingen gaan schuren, ze lopen vast. Met andere woorden we ervaren het leven als moeizaam en als lijden, het derde algemene kernmerk van het boeddhisme. Gelukkig leerde de Boeddha ons een weg uit dit lijden; er is een andere manier om naar de werkelijkheid te kijken en ermee om aan te gaan. We leren om uit de eindeloze maalstroom van onze egocentrische gedachten en handelingen te stappen en treden als het ware een nieuwe werkelijkheid binnen. Een werkelijkheid die ook wel bekend staat als nirvana, het vierde kenmerk van het boeddhisme.

 

Geen godsdienst, geen levensinstelling, geen filosofie

Op dit punt mag duidelijk zijn dat het boeddhisme geen traditionele godsdienst is. Boeddha is geen god, er is binnen het boeddhisme geen openbaringsgeschrift en er is ook geen overkoepelend instituut of clerus. Toch is het boeddhisme ook niet zo maar een levenstelling: diep geraakt door het mysterie van leven en dood probeert ook een boeddhist antwoorden te vinden op diep religieuze vragen naar de zin, oorsprong en bedoeling van dit vergankelijke bestaan. Alhoewel studie in het boeddhisme van zeer groot belang is, biedt het boeddhisme in essentie echter geen alternatieve filosofie. Zij beschrijft de werkelijkheid niet op weer een andere manier maar probeert ons in te leiden in een nieuwe werkelijkheid. Een ervaring van de werkelijkheid die precies de ervaring is die de historische Boeddha twee en een half millennium geleden ervoer onder de Bodhi-boom.

Zelf zei de Boeddha over zijn leer dat we die moesten zien als een vaartuig om de andere zijde van de rivier te bereiken en voegde daaraan toe dat als we eenmaal aan de andere kant gearriveerd zijn, we het vlot normaliter ook niet op onze rug mee torsen. Die laten we achter. En met het boeddhisme is het dus niet anders.