Radio Archief

 
2001 | 2002 | 2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017

REFLECTIES

Bert Schierbeek: Een grote droom (herhaling)
Uitzenddatum: Woensdag 8-8-2007 22:00 - 23:00 NPO Radio 5
bekijk podcast
Podcasts

Bert Schierbeek door Philip Mechanicus(Dit programma werd eerder uitgezonden op 3 juli 2005)

Zegt Li: een pond veren
vliegt niet als
er geen vogel in zit


Hoe boeddhistisch was Bert Schierbeek eigenlijk? Veel van zijn korte gedichten hebben een zen-achtige kwaliteit, maar zelf wilde hij er nooit veel over kwijt. Toen hij op sterven lag, suggereerde echtgenote Thea dat hij als boeddhist beter met de dood zou kunnen omgaan. Zijn bitse reactie: 'Ik wéét veel over het boeddhisme, maar ik ben geen boeddhist!'.

Jacqueline Oskamp wilde weten hoe het precies zat met Schierbeek en zijn belangstelling voor het boeddhisme en sprak met mensen die hem bij leven goed hebben gekend. Haar documentaire bevat gesprekken met de dichters Simon Vinkenoog en Gerrit Kouwenaar, beeldend kunstenaar Madelon Hooykaas, weduwe Thea Schierbeek en filosoof Fons Elders.

Presentatie: Ton Maas
Programmamaker: Jacqueline Oskamp
Eindredactie: Ton Maas
Techniek: Rob Gerritsen
Duur: 56 minuten
Muziek: Ton de Leeuw – Hommage à Henri
Foto: Philip Mechanicus



In dit programma is Bert Schierbeek zelf aanwezig in de vorm van archiefmateriaal. U hoort hem de volgende gedichten voordragen:

maar we zouden niet vergeten dat
we hebben gelachen, gelachen hebben
we veel en dat zal ik niet vergeten
want we hebben gelachen en veel hè?
en dat zullen we nooit vergeten om-
dat we zoveel gelachen hebben en dat
niet vergeten gvd wat hebben we gelachen
en niet en nooit vergeten dat we zo
hebben gelachen omdat we samen waren
en zoveel gelachen hebben dat we
het nooit zullen vergeten


wat is zo bijzonder
aan dat ik
(dat wij niet kennen)
dat het niet
sterven mag
en toch verder leeft
in een ander
omdat het
niet sterven
kan


er
er valt
er valt geen
(jij viel)
er valt geen woord
geen woord meer
(nu)
geen woord meer te zeggen
(jij viel)
valt er geen woord meer
valt er stilte
viel er
onder de zon
viel er geen woord meer
lag je stil
onder de zon
geen woord meer
dood stil


we hebben het wel geweten
van de dood wisten we wel
en je wordt afgebroken
stukje bij beetje
en breekt

dat dan is je gespaard gebleven

weet je nog
que no me’n fas plorar
zei Maria
met de haan in de hand
ik kan hem niet slachten
want ik heb hem altijd
te eten gegeven


kijk,
ik weet het niet
ik was nog nooit dood
maar als je nou dood bent
wat zie je dan
wat zie jij nu wat ik niet zie
want als de ogen zich sluiten
en het zicht naar binnen keert
waar ben ik dan
en jij?
en wij?

kijk,
als ik die kurketrekker pak
die zweedse van blank berken
en een fles rooie ontkurk
dan zie ik jou voor me
zoals je dat deed
je ogen
je hand
het glas

kijk,
dat wel
en de zon
een rooie bal over de heuvels
en de meeuw
een vliegende vlek in de zon
net als jij
dan zie ik jou
dat wel


jij bent nu
bij al die anderen
(de meesten)
sommigen hebben we gekend
anderen jij alleen
(ik alleen)
en al die anderen?
zijn die er nog?


zegt Li:
een pond veren
vliegt niet als
er geen vogel in zit



de vijver

in het dal
ligt de tuin
in de tuin
de vijver
in de vijver
spiegelen zich
de bergen de bomen
de vogels
tussen de vissen
het gerimpelde hoofd
van de wind