Boeddhistische Omroep Stichting

Onzichtbare Bodhisattva’sAndre van der Braak

Door Kitty Arends

Steeds meer mensen in Nederland hebben iets met het boeddhisme. Meditatie wordt steeds populairder, maar is het boeddhisme daarmee ook geïntegreerd in de samenleving? “Met de nieuwe master opleiding Spiritual Care, aan de VU, is de eerste grote stap in die richting gezet”, zegt André van der Braak.

“Het is eigenlijk allemaal begonnen in de gevangenissen”, vertelt de zenleraar en hoogleraar boeddhistische filosofie aan de Vrije Universiteit. “Daar zie je dat de boeddhistisch geestelijk verzorger al helemaal geaccepteerd is. De volgende stap is dat dit ook in andere maatschappelijke instituties gebeurt, zoals het leger en in de zorg.” Met de nieuwe master Spiritual Care, die in september 2013 van start gaat, en die samen met een eenjarige ambtsopleiding boeddhistisch geestelijk verzorgers opleidt, is volgens André van der Braak een grote stap gezet in deze richting. “De laatste jaren heeft het boeddhisme sterk aan populariteit gewonnen, maar dat speelt zich vooral op individueel niveau af.”

Concreet gezegd: mensen voelen zich aangetrokken tot mindfulness of andere vormen van mediteren en beoefening, maar op maatschappelijk niveau, binnen de instituties, is het boeddhisme nog onzichtbaar. “Nu deze opleiding er is, worden de geestelijke zorginstellingen zich er meer bewust van dat er überhaupt zoiets bestaat als een boeddhistisch geestelijk verzorger”, vertelt André.

Compassie belichamen
Die maatschappelijke verankering vormt ook de rode draad in de visie die hij vanuit zijn leerstoel wil uitdragen. Want wat is eigenlijk de essentie van een boeddhistisch geestelijk verzorger? Dat zal duidelijk worden op 2 juni, als de BOS de film Van Het Verre Oosten naar het Westen uitzendt, een portret van André van der Braak, door filmmaker Pat van Boeckel. In de film zien we een kort fragment van de oratie, uitgesproken tijdens zijn inauguratie in september 2012, die begint met de zinnen: “De Vrije Universiteit gaat boeddhistisch geestelijk verzorgers opleiden. Ze moeten vooral afleren te beginnen met ik’.”



Volgens André hebben wij in het Westen de neiging om compassie te zien als een kwaliteit die we ‘binnenin onszelf’ moeten cultiveren en die we dan gebruiken om goede daden te verrichten. “Dit is hoe wij gewend zijn tegen compassie aan te kijken: als iets wat je doet. Bekijken we compassie vanuit de oosterse tradities, dan gaat het veel meer om compassie zijn of belichamen.”

Compassie zijn is dus niet alleen dat je naast iemands ziekbed zit en probeert om het juiste te zeggen en compassievolle handelingen te verrichten. “Wij denken al snel dat compassie activistisch moet zijn, dat je wat moet doen. Maar vaak gaat het ook vooral om aanwezig zijn, door wie je bent en hoe je bent, zodat die ander zich gezien voelt en minder alleen is in zijn of haar lijden.” Of zoals hij in zijn oratie zegt: “Vergevorderde bodhisattva’s kunnen levende wezens bijstaan in miserabele omstandigheden en zelfs afdalen tot in de diepste hellen om daar de verdoemden bij te staan. In deze visie is de gehele wereld vervuld van zulke, voor ons, onzichtbare bodhisattva’s.”

Dialoog met het Oosten

Om tot die andere benadering van compassie te komen is het belangrijk om ‘de waarheid’ niet alleen maar te zoeken in exotische tradities in het verre Oosten. Maar eerder om met nieuwe ogen, bijvoorbeeld door de lens van het boeddhisme, te kijken naar de waarden en tradities hier in het Westen. “Veel mensen zijn geïnteresseerd in het boeddhisme omdat het nieuw is en anders dan wat ze bijvoorbeeld kennen vanuit hun christelijke achtergrond. Daar hoorde ik op mijn 18e ook bij. Dat Westen was allemaal niks, ik ging liever naar India, China en Japan, waar naar mijn idee de verlichting te vinden was. Ironisch genoeg kon ik door mijn ervaringen in het boeddhisme met een positief soort van vervreemding opnieuw kijken naar mijn eigen traditie. Waar ik dus eerst dacht: dat christendom heeft toch echt wel afgedaan, ben ik bijvoorbeeld door mijn zenmeditatie Meester Eckhart op een andere manier gaan lezen, totdat ik dacht: Ahaaa, dat bedoelt’ie!”
 
Je zou het een dialoog kunnen noemen, tussen Oost en West. Een dialoog die André ook letterlijk tot stand heeft gebracht, door met een delegatie van de VU verschillende Chinese boeddhistische kloosters te bezoeken en de Renmin Universiteit in Beijing. Beelden daarvan zien we ook terug in de film.

De banden zullen nog verder worden versterkt tussen 17 en 20 juni, als een delegatie van een Chan klooster uit Beijing een bezoek brengt aan de VU. Eerder dit jaar, van februari tot april was Dr. Caifang Zhu, van Renmin, al twee maanden te gast als onderzoeker en docent aan de VU, en werd er speciaal rondom zijn verblijf een symposium georganiseerd. “Heel interessant was dat”, vertelt André. “Om onze eigen beoefening in een nieuw licht te zien is het goed om kennis te nemen van hoe boeddhisme in Azië wordt beoefend. In het Westen leggen we de nadruk sterk op meditatie en de individuele ervaringen die daarmee gepaard gaan. In China en het chan boeddhisme ligt het accent veel sterker op de bodhisattva beoefening, dus beoefening in het dagelijks leven. Daar gelooft men dat je niet op eigen kracht verlicht kunt worden, maar dat je je moet openstellen om hulp te ontvangen.”


BOSwijzerBOSwijzer
Dit artikel verscheen eerder in de BOSwijzer van juni 2013. Het programmablad van de Stichting Vrienden van de BOS.

Ook de BOSwijzer elke maand in de bus? Word dan lid van Stichting Vrienden van de BOS. U ondersteunt zo ook onze missie, visie en programma’s. Niet onnodig in deze turbulente en uitdagende tijden in medialand.