Column van Lam Ngo, 19 juni 2012

Terug naar de uitzending
 

 


Lam NgoDe columnist en de persvrijheid

Bijna vijf jaar geleden, in oktober 2007, ben ik begonnen als columnist voor de Boeddhistische Omroep. Ik weet nog goed dat mijn eerste bijdrage over Birma ging. Een foto van een Birmese monnik tegenover een groep gewapende militairen deed me toen denken aan de studentenopstand van 1989 in China. Maar misschien nog meer aan het boeddhistische protest in Zuid-Vietnam, begin  jaren zestig, dat leidde tot de val van de Zuid-Vietnamese president Diem.

Nu, vijf jaar later, ben ik heel blij dat er eindelijk vrije verkiezingen in Birma zijn gehouden. Vijf jaar is een lange tijd voor mensen die dagelijks ondervinden wat het betekent om onder een schrikbewind te moeten leven, en in Birma duurde die onderdrukking zelfs meer dan vijftig jaar.

In vijf jaar tijd heb ik, denk ik, veel over het vak van columnist geleerd. Als columnist geniet je een grote vrijheid als het gaat over de inhoud en de toon van je columns. Ik waardeer de ruimte die de Nederlandse persvrijheid mij biedt. Ik kan mijn ongenoegen over het één-partijsysteem onbeperkt uiten. En ik geloof dat u, mijn waarde luisteraars, de vrijheid van meningsuiting, het grootste goed van een democratische maatschappij, bijzonder weet te waarderen. De voornaamste vijand van dat grootste goed is en blijft naar mijn mening het één-partijsysteem.

In tegenstelling tot wat u misschien zult denken, ben ik wel degelijk opgegroeid met persvrijheid. Mijn vader was in Zuid-Vietnam hoofdredacteur van een tijdschrift. Ondanks de negatieve berichtgeving over dat land, destijds in het Westen, weet ik dat mijn vader er toen veel meer vrijheid had dan journalisten in landen die nu het één-partijsysteem omarmen. Het enige taboe voor de pers in Zuid-Vietnam was pro-communistische berichtgeving. Maar omdat mijn vader de onaangename kanten van de communistische praktijk al kende, was dat voor hem geen enkel probleem.

Toch vond ik het vreemd dat toen ik naar de school voor de journalistiek wou, mijn vader mij dat afraadde. Wilde hij me soms behoeden voor het harde bestaan van een journalist? En nu beoefen ik al bijna vijf jaar het vak dat drie decennia geleden in mijn hart lag te wachten.

U weet het nog niet, maar toen ik aan m’n eerste column begon, heb ik me voorgenomen om dit werk vijf jaar lang te doen. Volgende maand hoort u dan ook mijn afscheidscolumn. ‘Als je op tijd stopt, is er geen gevaar’, schreef Lao Tse lang geleden. Ik weet dat ik hier en nu nergens bang voor hoef te zijn, maar toch vind ik die uitspraak nog altijd inspirerend.