Column van Lam Ngo, 17 maart 2012

Terug naar de uitzending
 

 

Lam NgoVietnam en de mensenrechten

Sinds Vietnam wil integreren in de wereldeconomie en haar deuren open zet voor buitenlandse zakenpartners en toeristen, worden ook de lang geleden bekoelde banden met Nederland opnieuw aangehaald. De Nederlandse overheid levert een belangrijke bijdrage aan de sociaal-economische ontwikkeling en Nederlandse bedrijven behoren tot de grootste investeerders in Vietnam. Bovendien krijgen veel Nederlanders de kans om het land met zijn eeuwenoude cultuur en natuurschoon te bezoeken.

Het bezoek van premier Nguyen Tan Dung vorig jaar aan Nederland was een duidelijk teken van de verbeterde economische en politieke relaties tussen beide landen.
Dat is wat we de laatste tijd via de media over Vietnam te horen krijgen. De andere kant van de medaille is dat de Communistische Partij van Vietnam nog steeds alle macht heeft. Zowel rechtspraak als regering en parlement zijn in handen van de partij. Een tijdje geleden werd André Haspels, voormalig Nederlands ambassadeur in Vietnam, geïnterviewd door leerlingen van het Christelijk College de Populier uit Den Haag. In dat interview gaf Haspels aan dat er in Vietnam geen persvrijheid is, geen vrijheid van vereniging en slechts een beperkte vrijheid van godsdienst. Om de situatie voor de Nederlandse scholieren te verduidelijken, vertelde hij dat bijvoorbeeld een imam door de Partij wordt aangesteld.

Dat is iets wat wij ons hier in Nederland nauwelijks kunnen voorstellen. Nog merkwaardiger is dat premier Dung enkele weken geleden een hoge politiefunctionaris heeft benoemd tot hoofd van de regeringscommissie voor religieuze zaken. Eerder was deze generaal zelfs de baas van de binnenlandse veiligheidsdienst.   

Zoiets is ook in Vietnam nog niet eerder vertoond. Want hoewel godsdienst binnen het Marxistisch Leninisme als opium voor het volk wordt beschouwd, is deze functie nog nooit formeel bekleed door iemand uit kringen van de veiligheidsdienst. Dat de regering bijvoorbeeld invloed wil uitoefenen op de benoeming van een monnik, een dominee of een priester, wil nog niet zeggen dat er zich in het huidige Vietnam onder religieuze groeperingen ‘vijandige krachten’ zouden bevinden.
Het wordt tijd dat de Nederlandse regering er bij Vietnam op aandringt zich te houden aan internationale normen, ook op het gebied van de persoonlijke vrijheid. Ik hoop daarom dat de prestigieuze Mensenrechtentulp dit jaar zal worden toegekend aan een Vietnamese activist.